12 januari 2012 ~ 3 Comments

Op welke schoen stapt de wandelaar de winkel uit?

Wandelen kan eigenlijk altijd, overal en op ieder niveau. Grote kans dat u vaak te voet op pad gaat. Een belangrijke voorwaarde om een wandeling tot een goed einde te brengen, is het juiste schoeisel, zodat blaarvorming, blauwe nagels of andere ongemakken voorkomen kunnen worden. Ik geef u graag advies.

Wandelen kan gedefinieerd worden als 'lopen voor het plezier of voor de sport' en is populair onder een grote groep mensen. Anders omschreven kan wandelen gezien worden als het reizen te voet in gematigd tempo, zich met stappen voortbewegend, waarbij de voeten om beurten worden verplaatst, zodat altijd een voet zich op de grond bevindt. Deze beschrijving verwoordt ook direct waar wandelen ophoudt en hardlopen begint.

Confectieschoen, cross trainer of (berg)wandelschoen?
De keuze voor een bepaalde schoen is afhankelijk van de doeleinden en omstandigheden waarin de schoen gedragen gaat worden. Voor de aanschaf van nieuwe schoenen, moet u zichzelf bijvoorbeeld afvragen op welke ondergrond voornamelijk gelopen gaat worden en welke weersomstandigheden getrotseerd worden. Bij bestaande (voet)klachten is het wenselijk om eerst deze klachten te onderzoeken en behandelen, zodat een eventuele therapie ook in de wandelschoenen gepast kan worden. Enkele praktijkvoorbeelden:

  • Voor het dagelijkse blokje om het huis is een goede standaard confectieschoen (met een goede pasvorm, stevig contrefort, goed buigpunt, verstelbare sluiting, …) een prima optie.
  • Voor wandelingen over grotere afstanden, in het Nederlandse landschap, is een standaard hardloopschoen (cross trainer) een geschikte schoen. Deze schoen is oorspronkelijk ontworpen om de krachten die ontstaan tijdens het hardlopen op te vangen. Deze krachten zijn vele malen groter dan tijdens wandelen, waardoor de schoen zeker voldoende steun biedt. Er zijn echter ook genoeg mensen die onder deze omstandigheden al een (berg)wandelschoen prefereren.
  • Zodra het ruigere terrein opgezocht wordt, onder ruigere weersomstandigheden, is het noodzakelijk om een (berg)wandelschoen aan te schaffen. Deze bieden bijvoorbeeld meer steun en een stijvere zool voorkomt dat de ondergrond voelbaar is door de schoen.

 A, B, C en D
Zodra de keuze is gemaakt om voor een (berg)wandelschoen te gaan, staat u voor het volgende probleem: het aanbod van (berg)wandelschoenen is enorm en waar moet nu op gelet worden bij het maken van de keuze? Om deze keuze gemakkelijker te maken, hebben wandelschoenfabrikanten het aanbod onderverdeeld in categorieën (A tot en met D). Deze indeling is gebaseerd op de hoogte waarop men gaat lopen en de veranderingen van ondergrond waarmee dit gepaard gaat. Bij het lopen op glooiend laagland kan een relatief slappere schoen gedragen worden dan wanneer boven de boomgrens op rotsige ondergrond gewandeld wordt. De lichtere en minst stijve schoen is de A-schoen; de zwaarste en meest stijve schoen is de D-schoen. Naast de B- en C-schoen zijn ook allerlei tussencombinaties mogelijk, zoals een AB-schoen of een BC-schoen. Praktisch gezien kan de volgende vertaling worden gemaakt:

  • A-schoen: Vrijetijdsschoen voor harde (gelijke) ondergrond
  • B-schoen: Lichte berg/wandelschoen, geschikt voor off-road paden en kleinere hoogteverschillen
  • C-schoen: Alpine-, en hooggebergteschoen
  • D-schoen: Stijgijzervaste schoen

Specifieke eigenschappen
Kenmerkend voor (berg)wandelschoenen is dat zij een hoge schacht hebben en allen boven de enkel sluiten om het enkelgewricht zo veel mogelijk te ondersteunen. De enige uitzondering hierop is de A-schoen; binnen deze categorie worden zowel schoenen gezien met een hoge schacht als met een lage schacht. De loopzool van bergwandelschoenen is stijver dan die van confectieschoenen, zodat bij ongelijke ondergrond de oneffenheden niet voelbaar zijn door de zool heen. Deze stijfheid heeft wel gevolgen voor de afwikkelmogelijkheden van de voet. Bij een A-schoen wordt nog wel wat beweging toegelaten ter hoogte van het 'buigpunt', een C-schoen is al bijna volledig stijf. Om nu toch vooruit te kunnen komen, is de teensprong vergroot. De teensprong is het oplopende deel van de zool: hoe groter de kromming, hoe minder beweging mogelijk is in het voetgewricht. De teensprong wordt groter naarmate de stijfheid van de zool toeneemt. Het stugger en stijver maken van de schoen gaat altijd gepaard met een gewichtstoename van de schoen. Ter illustratie: Een A-schoen weegt ongeveer 365 gram. Een D-schoen weegt ongeveer 1.200 gram. Er zit dus ruim 800 gram verschil tussen beide schoenen! Bij de aanschaf van een schoen moet u hiermee wel rekening houden: steun van de schoen is prettig, maar bij iedere stap moet het gewicht van de schoen opgetild worden! Dat een D-schoen stijgijzervast is, houdt in dat metalen beugels met pinnen aan en onder de schoen bevestigd kunnen worden om op gletsjers en ijzige ondergronden grip te hebben. Om deze metalen beugels aan en onder de schoen te kunnen bevestigen wordt het rubber van de onderzool vaak aan de zijkanten doorgetrokken, met een uitstekende rand, waarachter de beugels vastgemaakt kunnen worden. Het materiaal van het bovenwerk van de schoen, vaak leer zijnde, wordt op deze manier beschermd tegen vroegtijdige slijtage. Ook hierop zijn echter weer uitzonderingen te vinden; een schoen heeft bijvoorbeeld geen opstaande rand vanuit de onderzool. In de praktijk kunt u wel stijgijzers aan deze schoen bevestigen, maar bij veelvuldig gebruik zal het bovenleer bij dit model sneller slijten. In de praktijk worden de (berg)wandelschoenen voor deze toepassing overigens niet zeer veel verkocht; slechts een kleine groep wandelaars waagt zich aan dit soort wandelingen.

Leer of Gore-tex®?
Het materiaal wat aan de binnenzijde van (berg)wandelschoenen gebruikt wordt, is grofweg onder te verdelen in leer of een synthetisch materiaal, waarbij Gore-tex® de meest bekende vorm is. De keuze voor een leer of Gore-tex® gevoerde schoen is persoonlijk. Belangrijk is dat de schoen ademt om transpiratievocht van de voet weg te geleiden naar de omgeving. Als natuurlijk materiaal is leer daar zeer geschikt voor, maar ook Gore-tex® schoenen zijn hier prima toe in staat door een slim systeem van afvoerende kanaaltjes. Het is aan u om te bepalen wat u het prettigst vindt. Wat wel goed is om te weten, is dat de kanaaltjes van Gore-tex® in de loop van de tijd verstopt kunnen raken. Het transpiratievocht zit namelijk vol zouten en mineralen die na het drogen van de schoen in de kanaaltjes achter blijven. Dit vermindert het ademende vermogen van de schoen en kan eenvoudig verholpen worden door de schoenen even vol leidingwater te zetten. De zouten en mineralen lossen dan op in het water zodat de kanaaltjes opnieuw geopend zijn. Daarna de schoenen aan de lucht laten drogen en ze zijn weer zo goed als nieuw.

De wandelsok
Het is verstandig om niet alleen te investeren in goede wandelschoenen, maar ook in wandelsokken. De wandelsok vormt de laag tussen de voet en de schoen en heeft een belangrijke rol in het afdrijven van vocht van de voet naar de schoen. Daarnaast mogen de sokken geen drukpunten veoorzaken en is aangetoond dat sokken zelfs een drukverlagende werking kunnen hebben. Goede wandelsokken zijn vochtafdrijvend en hebben geen naden.

De wandelaar de winkel in…
Tot slot nog wat praktische tips als u in de winkel naar die rijen met wandelschoenen staat te staren:

  • De stelling dat gewone confectieschoenen ingelopen moeten worden, is een fabeltje: indien de schoen een goede pasvorm heeft, moet men eigenlijk direct op de schoenen weg kunnen lopen. Dit geldt ook voor bergwandelschoenen. De schoen moet direct goed passen en er mogen nergens drukpunten aanwezig zijn. Het is absoluut niet waar dat deze drukpunten vanzelf weg gaan zodra de schoenen ingelopen zijn. Het is wel zo dat men in het begin aan (berg)wandelschoenen moet wennen. Dit heeft echter niets te maken met wel of niet inlopen, maar met het feit dat deze soort schoen de afwikkeling van de voet beïnvloedt. In de loop van de tijd wordt de schoen vaak iets soepeler en worden kleine aanpassingen van het looppatroon gedaan.
  • Bij het zoeken naar de juiste pasvorm van de schoen zijn het kiezen van de juiste lengte- en breedtematen erg belangrijk. Voor de lengte van wandelschoenen waarmee men op oneffen terrein wil gaan wandelen, is een extra lengtetoegift zeker van belang. Bij het dalen schuift de voet in de schoen iets naar voren (hoewel dit tot een minimum beperkt kan worden bij de juiste vetertechnieken) en dan mogen de tenen niet tegen de voorkant van de schoen komen. Te kleine schoenen is de oorzaak voor het ontstaan van de blauwe nagels bij de wandelsport.
  • Bij de keuze van de juiste breedtemaat wordt al een belangrijk onderscheid gemaakt door te kiezen voor een heren- of damesmodel. Een damesmodel is veel smaller, en daarmee vaak niet geschikt voor dames met een bredere voet. Zij kunnen het beste uitwijken naar de herenmodellen. Net als bij standaard confectieschoeisel gebruiken de verschillende merken verschillende leesten bij het fabriceren van hun schoeisel. Goede verkooppunten kunnen u uitstekend informeren over welke schoen het meest geschikt is uw voet.
  • Bij een goed verkooppunt is altijd een 'hellingbaan' aanwezig, waarbij u kan voelen hoe uw voet in de schoen reageert als geklommen of gedaald wordt. Op zich volstaat een eenvoudig schuin vlak om te kijken of de voet te veel schuift in de schoen en of de tenen de voorkant raken. Outdoor-verkooppunten kiezen er echter ook regelmatig voor om een echt parcours aan te leggen, met simulatie rotspaden. Dit heeft het grote voordeel dat ook gevoeld kan worden hoe de zool van de schoen reageert op de ondergrond.
  • Ga nooit direct lange afstanden lopen op schoenen die net nieuw zijn; al zijn de schoenen nog zo zorgvuldig aangeschaft, voet en schoen moeten aan elkaar wennen. Het risico bestaat dat de belasting de belastbaarheid overschrijdt, veelal met (bloed)blaarvorming tot gevolg.
  • Indien op de rug van de voet lokaal drukpunten ontstaan, kan het anders rijgen van de veter vaak uitkomst bieden. Meestal wordt een rijgpunt bij (berg)wandelschoenen van onder naar boven benaderd, waarbij de veters elkaar op de rug kruisen om aan de andere zijde hetzelfde te doen. Door op de plaats van het drukpunt de veters eenmaal van boven naar onderen te rijgen, wordt het kruispunt op de rug naar boven verplaatst wat tot drukontlasting kan leiden.
  • Als op maat gemaakte inlegzolen gedragen worden, is het aan te raden om de behandelde discipline te laten controleren of de bestaande zolen geschikt zijn voor de betreffende schoen. Juist omdat (berg)wandelschoenen vaak wat langer en breder zijn dan het standaard confectieschoeisel blijkt vaak dat de pasvorm niet optimaal is en dat de zool in de schoen gaat schuiven. Een extra paar zolen is dan een zinvolle investering.
  • In dit artikel is de gezonde voet het uitgangspunt geweest. Bij de risicovoet met sensibele stoornissen vraagt het passen van schoenen natuurlijk nog extra aandacht, omdat eventuele drukpunten in de winkel wellicht niet gevoeld worden.

Heb je iets gehad aan mijn blog? Wil je deze hieronder dan delen via facebook, hyves of twitter. Dank je wel.

3 Responses to “Op welke schoen stapt de wandelaar de winkel uit?”